leerling of student aan het werk in een bouwatelier     © Jeswin Thomas

“Schaf aso, tso en bso nu écht af”

    © Jeswin Thomas

Leerkrachten laten bijscholen door bedrijven, logischere opleidingen in het secundair en de termen aso, tso en bso voorgoed verbannen. Industrie en onderwijs in Vlaanderen slaan de handen in elkaar om het technisch en beroepsonderwijs te versterken.

Dat is meer dan nodig. Al jaren gaan alarmen af. Steeds meer jongeren verlaten de school zonder diploma. Duizenden jongeren lopen bovendien verloren in een systeem dat zowel bij scholen als werkgevers tot frustraties leidt. Vooral de praktijkgerichte opleidingen baren zorgen. Zo is er onrust over de zevende specialisatiejaren en is duaal leren nog altijd geen groot succes.

Na 25 jaar van tanden stukbijten op een blijkbaar onmogelijke opdracht komen vijf onderwijsverstrekkers, de vier grootste industriefederaties én werkgeversorganisatie Voka met een plan om het praktijkgerichte onderwijs uit het slop te halen. “Voor het eerst hebben bedrijven en onderwijsactoren toenadering tot elkaar gezocht”, zegt Jolyce Demely, algemeen directeur van Agoria, de federatie van de technologische sector. “Dat is broodnodig, want de industrie heeft talent nodig. Die samenwerking is de start van een nieuw partnerschap.”

Doordachte veranderingen

De tien partners willen vanaf volgend schooljaar proeftuinen inrichten voor jongeren die de school dreigen te verlaten. Ze vragen aan de politici dat de opleidingsinfrastructuur van bijvoorbeeld VDAB opengesteld wordt voor leerlingen, leerkrachten en werknemers. Bovendien willen ze een herziening van de stageverplichtingen en het behoud van het statuut van gastleerkracht, dat mensen uit de privésector toelaat enkele uren voor de klas te staan. Ook om curricula te maken willen de verschillende partners nauwer gaan samenwerken. 

Expertise delen

Een bijzondere wens van de tien partners is om de onderwijsvormen aso, tso en bso af te schaffen. “Er wordt enkel nog gecommuniceerd met finaliteiten”[1], staat in het plan te lezen.

In heel wat officiële communicatie duiken nog altijd die oude termen op. Jolyce Demely: “Voortaan zullen we zelf alvast maken dat er gesproken wordt over de ‘dubbele finaliteit’ en de ‘arbeidsmarktfinaliteit’, niet langer over tso of bso. We verwachten van de minister en het departement hetzelfde.”

De industrie en de onderwijsverstrekkers nemen zich voor betere afspraken te maken over wat er aangeleerd moet worden in de praktijkgerichte opleidingen. Er zal overlegd worden met de industrie als opleidingen dreigen te verdwijnen. Bedrijven zal gevraagd worden om hun expertise met scholen te delen.

Meer weten over de mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt? Lees onze white paper ‘Jobs of the future – Aanpak mismatch onderwijs – arbeidsmarkt’.

25 april 2025 | Johan Van Praet

Bron: Klaas Maenhout in De Standaard


 

[1] In studierichtingen met de dubbele finaliteit zijn theorie en praktijk nauw met elkaar verbonden. Je brengt ongeveer evenveel tijd door in theorie- en praktijklessen. Je past de algemene kennis en technische theorie toe in de praktijk.

Als je voor een richting in de arbeidsmarktfinaliteit gaat, dan kies je ervoor om een bepaald beroep te leren uitoefenen. Wat je theoretische leert wordt vooral duidelijk wanneer je het toepast in de praktijk.

Password reset instructions will be sent to your registered email address.